Scholengroep Molenland, die in Tielt zes secundaire scholen onder de vleugels heeft, wil de volledige eerste graad van al die scholen – goed voor 900 leerlingen – samenbrengen op campus Beer in de Beernegemstraat, waar een nieuwbouw komt. Algemeen directeur Carine Van Damme benadrukt dat leerlingen in homogene klasgroepen terecht zullen komen en dat het niet om een ‘brede’ eerste graad gaat. Voor de uitvoering van de plannen wordt gemikt op 2029.
Het onderwijslandschap in Tielt zal de komende jaren grondig veranderen. Het grote nieuws werd maandag meegedeeld aan alle personeelsleden, terwijl er ook een mail naar alle betrokken ouders werd uitgestuurd. “Dit is het resultaat van een lang traject waar we al sinds 2024 mee bezig zijn”, aldus Carine Van Damme, die ons samen met de directieteams van De Bron, Regina Pacis, het SJI, De Ster, VTI, OKAN en het internaat te woord stond. “We kiezen voor een sterke, duidelijke structuur die leerlingen maximaal ondersteunt in hun talentontwikkeling en studiekeuze.”
Concreet zal de eerste graad van zowel de A-stroom als de B-stroom ondergebracht worden in de Beernegemstraat, waar nu 300 leerlingen van campus Beer van het SJI les volgen. De school zal daarvoor fors uitgebreid worden. “Zo hoeven leerlingen na het basisonderwijs niet meer voor één specifieke school te kiezen. Volgens hun mogelijkheden en capaciteiten zullen de leerlingen ondergebracht worden in homogene klasgroepen, gaande van sterk theoretische tot sterk praktisch gerichte groepen. Aan de hand van verdieping en doorgedreven begeleiding leggen we de lat hoog voor elke leerling. Aangezien de school alleen 12- tot 14-jarigen zal hebben, waken we bovendien over veiligheid en kleinschaligheid.”
Geen eenheidsworst
Het is niet de eerste keer dat de katholieke scholengroep nadenkt over een hervorming. Ook in 2018 was dat het geval, maar toen werden de plannen snel weer afgevoerd na protest. Het idee van de ‘brede eerste graad’, dat volgens tegenstanders tot eenheidsworst zou leiden, zorgde toen voor bezorgdheid. De scholengroep haast zich om te zeggen dat er van een brede eerste graad hoegenaamd geen sprake is. “Een brede eerste graad impliceert een verlenging van het lager onderwijs, waarbij leerlingen in gemengde groepen samen zitten. In dit concept, met homogene klasgroepen die uitgedaagd worden op hun eigen niveau, is dat geenszins het geval. Dat mag je gerust benadrukken, want we hopen hier een grote gedragenheid voor te creëren.”
Efficiëntiewinst
Katalysator voor de vernieuwde hervormingsplannen is een masterplan rond de infrastructuur van de scholengroep. “We staan voor enkele grote uitdagingen. En meer middelen van de overheid gaan we de komende jaren niet krijgen, dus moeten we de bestaande infrastructuur slim inschakelen en zal maximaal samengewerkt moeten worden, over alle scholen en opleidingen heen. De leerlingen zullen daar vruchten van plukken, maar ook voor leerkrachten biedt dit kansen op vlak van specialisatie en gedeelde expertise.”
Op een precieze timing wil Van Damme zich liever niet laten vastpinnen. “Er is een uitbreiding nodig in de Beernegemstraat. Daar zijn subsidies voor nodig en zo’n nieuwbouwdossier vergt tijd. We streven naar 2029-2030, maar dat is onder voorbehoud.”
De tweede en derde graad blijven het bestaande studieaanbod behouden, weliswaar met meer samenwerking op basis van leerplannen en vakken. Het internaat van Molenland, het OKAN-aanbod en het BuSO-aanbod blijven eveneens bestaan.